Naar hoofdinhoud

5 Hoofdstuk V

Artikel 5.9

De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2026 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2026

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2025

1. Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2026 voor de tweede voorlopige vaststelling als de som van het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2026, het tweede voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2026 en het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026. 2. Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar of ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2026. 3. Het Zorginstituut vermindert het resultaat na toepassing van het tweede lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2026 per 1 mei 2027 als gederfde inkomsten 2026 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. 4. Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2026 voor de tweede voorlopige vaststelling door de som van het herberekende normatieve bedrag 2026, bedoeld in het eerste lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve opbrengst van het eigen risico, bedoeld in Artikel 5.8, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het tweede en derde lid. 5. Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2026 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2029 ter hoogte van de in het vierde lid berekende bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel