Een initiële erkenning geldt voor een periode van twee jaar, rekenend vanaf de ingangsdatum van de erkenning.
Het College verlengt de erkenning, behoudens een voorwaardelijke erkenning, telkens voor een periode van vijf jaar.
De instantie dient zes maanden voor het verlopen van de erkenning een verzoek om hernieuwing van de erkenning te hebben gedaan. Zolang het College niet op het verzoek om hernieuwing van de erkenning heeft beslist, blijven de gevolgen van de reeds verleende erkenning in stand.
De erkenning en het achterwege laten van de inhoudelijke toetsing van een aanvraag om (her)registratie door het NRGD vindt plaats tot de dag waarop de erkenning van rechtswege verloopt. De inhoudelijke toetsing door het NRGD treedt daarna onverwijld weer in werking. Wanneer de instantie zes maanden voor het verlopen van de erkenning een verzoek om hernieuwing van de erkenning heeft gedaan, blijven de gevolgen van de erkenning in stand zo lang het College niet op het verzoek van de hernieuwing van de erkenning heeft beslist.
Hoofdstuk 3
Artikel 3:6
Duur erkenning
Onderdeel van Beleidsregel visitatie en erkenning NRGD· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 27 oktober 2025