In de door Nederland gesloten verdragen wordt voor dividenden onderscheid gemaakt tussen 'portfoliodividenden' en 'deelnemingsdividenden'. Voor ‘portfoliodividenden’ (ook wel aangeduid als ‘beleggingsdividenden’) bedraagt het bronheffingspercentage in de belastingverdragen als regel 15%. In een aantal verdragen is voor portfoliodividenden echter een percentage van 10% overeengekomen.
Voor deelnemingsdividenden is in de belastingverdragen in het algemeen een lager bronheffingspercentage (10%, 5% of 0%) overeengekomen. Dit verlaagde tarief is doorgaans gebonden aan een in de belastingverdragen vastgelegde minimum belang (doorgaans 10% of 25%), veelal aangevuld met een minimum houdsterperiode. Waar hierna van 'deelnemingsdividenden' wordt gesproken, worden daarmee steeds dividenden bedoeld uit een door een lichaam gehouden deelneming die ten minste voldoet aan de in het desbetreffende belastingverdrag gestelde minimumeisen. Alle andere dividenden worden gerekend tot de 'portfoliodividenden', die derhalve ook betrekking kunnen hebben op niet-natuurlijke personen.
Artikel 1.2
Onderscheid deelnemingsdividend en portfoliodividend
Onderdeel van Universele uitvoeringsvoorschriften belastingverdragen 2025, uitgezonderd het belastingverdrag met de VS· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 29 oktober 2025