Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.9

Artikel 26

Eisen en voorwaarden aan erkenning

Onderdeel van Regeling erkenningen wegverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De erkenning geldt voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld. 2. Het erkende bedrijf beschikt op zijn vestiging, bedoeld in het eerste lid over een goed afsluitbare voorziening, welke naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak, diefstal en brand biedt, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten kunnen worden opgeborgen. 3. In geval van diefstal van op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten doet het erkende bedrijf daarvan aangifte bij een van de in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen. 4. Het erkende bedrijf bewaart de blanco kentekenbewijzen deel II van de voor export afgemelde voertuigen in de voorziening, bedoeld in het tweede lid. 5. Bij de melding dat het voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht, dient het erkende bedrijf in door de Dienst Wegverkeer bepaalde gevallen de lamineercodes van de kentekenplaten van het voertuig op te geven. 6. Het erkende bedrijf neemt voorafgaand aan de melding voor export de kentekenplaten in van het voertuig en maakt de ingenomen kentekenplaten onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft. 7. Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de ingenomen kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen voor het voorgoed buiten Nederland brengen van een voertuig betrekking hebben. 8. Als de kentekenplaten of een deel van de kentekenplaten als gevolg van diefstal niet aanwezig zijn bij het voertuig: zijn het vijfde tot en met zevende lid niet van toepassing; legt de aanvrager een afschrift van het proces-verbaal over waaruit blijkt dat de kentekenplaten van het voertuig gestolen zijn; en bewaart het erkende bedrijf het afschrift, bedoeld in onderdeel b, gedurende een termijn van minimaal één jaar maar maximaal twee jaar in de voorziening, bedoeld in het tweede lid. 9. Als één of meerdere kentekenplaten niet aanwezig zijn bij een voertuig waarvoor de Dienst Wegverkeer heeft bepaald dat hiermee niet op de weg mag worden gereden met betrekking tot de in artikel 51a, derde lid, onderdeel d, van de wet bedoelde eis, zijn het derde tot en met vijfde lid niet van toepassing voor de kentekenplaten die niet meer aanwezig zijn. 10. In geval van vermissing of diefstal van blanco kentekendelen II doet het erkende bedrijf, onder opgave van de nummers, daarvan onmiddellijk mededeling aan de Dienst Wegverkeer. 11. Het erkende bedrijf stuurt een digitale kopie van het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II aan de Dienst Wegverkeer en vernietigt het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II daarna onmiddellijk. 12. Bij beëindiging van de erkenning stuurt het erkende bedrijf de blanco kentekenbewijzen delen II binnen een termijn van een week terug aan de Dienst Wegverkeer. 13. Aan een op grond van artikel 23k van het Besluit voertuigen bestaande verplichting wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6. 14. Het erkende bedrijf handelt conform de Regeling tenaamstelling en kentekenbewijzen. 15. De uitoefening van de erkenning heeft slechts plaats vanaf het adres van de vestiging waaraan de erkenning is toegekend. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen van technische aard in werking treedt (Stb. 2023, 195).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel