Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.13 › § 3.13.3 › § 3.13.3.1

Artikel 57

Aangewezen plaats voor controle afstelling dimlichten en mistvoorlichten

Onderdeel van Regeling erkenningen wegverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. In de keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen is een aangewezen plaats aanwezig ten behoeve van de controle van de afstelling van dimlichten en mistvoorlichten. Deze aangewezen plaats is duidelijk gemarkeerd in de keuringsruimte en is voorzien van: een horizontale vlakke vloer van voldoende afmetingen waarop gelijktijdig zowel het te keuren voertuig als het koplamptestapparaat kan worden geplaatst; een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop gelijktijdig het koplamptestapparaat en het te keuren voertuig kan worden geplaatst; of een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop het te keuren voertuig kan worden geplaatst met voor de hefinrichting een horizontale vlakke vloer of rails. De vloer of de rails bevinden zich in hetzelfde horizontale vlak als de hefinrichting. De rails bevinden zich haaks op de rijplaten van de hefinrichting. 2. Als het koplamptestapparaat is ontworpen voor uitsluitend gebruik op rails moeten deze rails aanwezig zijn en zich in hetzelfde horizontale vlak als de vloer of hefinrichting bevinden. 3. De keuringsruimte voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers is geschikt voor de controle van de afstelling van de dimlichten, bedoeld in artikel 113 van bijlage VIII bij de Regeling voertuigen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen van technische aard in werking treedt (Stb. 2023, 195).

Rechtspraak bij dit artikel