Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.13 › § 3.13.3 › § 3.13.3.2

Artikel 59

Apparatuur voor specifieke groep voertuigen

Onderdeel van Regeling erkenningen wegverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

Naast de in artikel 58 genoemde apparatuur is, afhankelijk van de groep voertuigen waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt of is verleend, tevens de volgende apparatuur aanwezig die voldoet aan de in artikel 60 gestelde eisen: voor zware voertuigen en lichte voertuigen: een koplamptestapparaat; een pedaalkrachtmeter; deze is niet verplicht in geval van een vóór 1 maart 2000 afgegeven erkenning voor het eigen wagenpark en in geval van een erkenning die uitsluitend geldt voor het keuren van voertuigen die zijn voorzien van een druklucht-remsysteem; een apparaat om LPG-, CNG- of LNG-lekkages op te sporen; een universele toerenteller; en een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden; voor zware voertuigen: twee manometers met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in drukluchtremsystemen en in gasveersystemen kan worden gemeten; een stalen rei met een lengte van ten minste 0,90 m; een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden; en een spelingsdetector; voor lichte voertuigen: een uitleesapparaat ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem; een apparaat om verbinding te maken met de elektronische voertuiginterface, ten behoeve van het uitlezen van de werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer. voor landbouw- en bosbouwtrekkers: de apparatuur genoemd in onderdeel a, onder 1°, 2° en 3°; de apparatuur genoemd in onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°; een hydraulische manometer met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor hydraulische aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in hydraulische remsystemen kan worden gemeten; voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die niet is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een roetmeter en olietemperatuurmeter; voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een deeltjesteller; voor motorrijtuigen die zijn voorzien van een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een uitlaatgastester met lambda-bepaling; voor lichte bedrijfsauto’s die zijn voorzien van een drukluchtremsysteem en een vangmuilkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen: de apparatuur, genoemd in onderdeel b, onder 1°. voor lichte bedrijfsauto’s die zijn voorzien van een drukluchtremsysteem en een schotelkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen: de apparatuur, genoemd in onderdeel b, onder 1° tot en met 3°. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen van technische aard in werking treedt (Stb. 2023, 195).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel