**1.** In de keuringsruimte is de volgende apparatuur aanwezig:
een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;
een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van voldoende lengte;
een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp;
een koplamptestapparaat;
een universele toerenteller;
een uitlaatgastester met lambda-bepaling;
een apparaat waarmee een gasconcentratie overeenkomende met 800 ppm koolwaterstoffen gedetecteerd kan worden; en
basisgereedschap voor de keuring van de inbouw van een gasinstallatie.
**2.** Op de apparatuur zijn de artikelen 60, eerste tot en met zesde lid, en 61 van toepassing.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 mei 2023
tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de
modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de
handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen van technische aard in
werking treedt (Stb. 2023, 195).
Hoofdstuk 3 › § 3.15 › § 3.15.2 › § 3.15.2.2
Artikel 95
Apparatuur keuringsruimte
Onderdeel van Regeling erkenningen wegverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026