Naar hoofdinhoud
1. De ILT-Luchtvaartautoriteit houdt toezicht op: de duur van het gebruik van de APU door de gezagvoerder terwijl het vliegtuig stilstaat op de afhandelingsplaats; het gebruik van het minimaal noodzakelijk aantal motoren door de gezagvoerder tijdens het taxiën van, naar en over de start- en landingsbaan; de beschikbaarheid en kwaliteit van de infrastructuur en vervangende voorzieningen (GPU’s, FPU’s en PCA’s) zoals gewaarborgd door de exploitant conform de bepalingen in het Luchthavenbesluit; het uitstootvrij zijn van voorzieningen die de exploitant ter beschikking stelt conform de bepalingen in het Luchthavenbesluit. 2. De ILT-Luchtvaartautoriteit treedt niet handhavend op in situaties waar op basis van de AIP-uitzondering op de regel gerechtvaardigd is en bij afwijkingen van de normale bedrijfsvoering.

Rechtspraak bij dit artikel