Elke procureur-generaal is afzonderlijk gemachtigd om invulling te geven aan het mandaat.
Van het mandaat wordt ten aanzien van de beheeraangelegenheden die hun parket of dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan:
de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO;
de directeur van het parket-generaal;
de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM);
de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM).
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 5 november 2025