Aan de algemeen directeur van de rijksrecherche wordt mandaat verleend om ten aanzien van medewerkers van de rijksrecherche op te treden als bevoegd gezag. De bepalingen van paragraaf 2 van het Barp (melden van een vermoeden van een misstand) zijn van dit (onder)mandaat uitgesloten.
De in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit genoemde functionarissen zijn bevoegd om de beslissingen te nemen die zijn genoemd in kolom 2 van die bijlage.
Aan de directeur van de rijksrecherche wordt ondermandaat verleend ten aanzien van het ten overstaan afleggen van eden dan wel verklaringen of beloften als bedoeld in artikel 9 lid van het Barp.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer rijksrecherche 2025· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 5 november 2025