Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.3 › Paragraaf 3.3.2

Artikel 3.39

voorzieningen transmissie- of distributiesysteembeheerder bij faillissement leverancier

Onderdeel van Energiebesluit· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Indien een distributiesysteembeheerder uit de hem ter beschikking staande gegevens redenen heeft om te vermoeden dat de continuïteit van de levering door een vergunninghouder in gevaar komt, meldt hij dat zo spoedig mogelijk aan de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas en aan de Autoriteit Consument en Markt. 2. Tot en met tien werkdagen na het tijdstip waarop een beschikking tot intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 2.18, derde lid, van de wet is gegeven, of, indien dat korter is, tot het tijdstip waarop een dergelijke beschikking in werking is getreden, is ingetrokken of de Autoriteit Consument en Markt een besluit als bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, neemt: voert een distributiesysteembeheerder geen leverancierswisseling door in het register, bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, van de wet, ten aanzien van eindafnemers met een kleine aansluiting die een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel hebben met de betrokken vergunninghouder; staat de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas garant voor de betaling van de inkoop van elektriciteit of gas, waaronder die als gevolg van onbalans, ten behoeve van de levering aan eindafnemers met een kleine aansluiting die een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel hebben met de betrokken vergunninghouder indien de betrokken vergunninghouder dan wel de curator daarom verzoekt en aantoont dat hij onvoldoende liquide middelen ter beschikking heeft of kan krijgen om te waarborgen dat gedurende de in de aanhef bedoelde periode de levering van elektriciteit of gas aan deze eindafnemers kan worden voortgezet. 3. Indien op de elfde dag na het tijdstip waarop een beschikking tot intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 2.18, derde lid, van de wet is gegeven deze beschikking niet in werking is getreden of niet is ingetrokken, of indien dat korter is, de Autoriteit Consument en Markt een besluit tot verdeling als bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, neemt: voert een distributiesysteembeheerder geen leverancierswisseling door in het register, bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, van de wet, ten aanzien van eindafnemers met een kleine aansluiting die een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel hebben met de betrokken vergunninghouder totdat de verdeling is afgerond conform onderdeel d; verstrekt een distributiesysteembeheerder aan de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas de gegevens die de Autoriteit Consument en Markt nodig heeft voor het besluit tot verdeling; verstrekt de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas de gegevens, bedoeld in onderdeel b, aan de Autoriteit Consument en Markt; coördineert de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas op aanwijzing van de Autoriteit Consument en Markt het doorvoeren van het besluit tot verdeling in het register, bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, van de wet, en geeft daartoe aanwijzingen aan de distributiesysteembeheerders; verstrekt de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas conform het besluit tot verdeling aan de aangewezen leveranciers de gegevens, bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, van de aan hen toegewezen eindafnemers; staat de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas garant voor de betaling van de inkoop van elektriciteit of gas, waaronder die als gevolg van onbalans, ten behoeve van de levering aan eindafnemers met een kleine aansluiting, die een geldende leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel hebben met de betrokken vergunninghouder, gedurende de periode tussen de in de aanhef bedoeld dag en het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit tot verdeling van de Autoriteit Consument en Markt, indien de vergunninghouder dan wel de curator daarom verzoekt en aantoont dat hij onvoldoende liquide middelen ter beschikking heeft of kan krijgen om te waarborgen dat gedurende deze periode de levering van elektriciteit of gas kan worden voortgezet; staat de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas garant voor de betaling van de inkoop van elektriciteit of gas ten behoeve van de levering van elektriciteit of gas aan op grond van artikel 25, tweede lid, van de wet, aan een vergunninghouder toegewezen eindafnemers gedurende de periode tussen de in de aanhef bedoeld dag en het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit tot verdeling van de Autoriteit Consument en Markt en ten hoogste de daaropvolgende twee maanden, indien de betreffende vergunninghouder daarom verzoekt en aantoont dat de bestaande kredietruimte onvoldoende is om de levering van elektriciteit of gas aan de aan hem toegedeelde eindafnemers gedurende deze periode te waarborgen. 4. Een garantstelling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel f, vindt plaats op basis van een overeenkomst tussen de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas en de betrokken vergunninghouder dan wel de curator. De garantstellingsovereenkomst wordt aangegaan onder redelijke voorwaarden en bevat een derdenbeding als bedoeld in artikel 253, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek dat de wederpartij van de inkoopovereenkomsten, bedoeld in artikel 2.19, bij aanvaarding van het beding het recht geeft om rechtstreekse betaling te vorderen van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas voor de bij hem, ten behoeve van de levering, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel f, indien deze onder de garantstelling moet uitkeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel