In een uitvalsituatie in een transmissiesysteem voor elektriciteit met een spanningsniveau van 220 kV of hoger tijdens onderhoud, is de eis, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, aanhef, van de wet, niet van toepassing, indien de uitvalsituatie betrekking heeft op:
een transformator naar een spanning lager dan 110 kV en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal 200 MW gedurende ten hoogste:
zes uur voor transport ten behoeve van verbruik, of
twee weken voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op de transformator is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten;
een railsysteem en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van maximaal:
1000 MW gedurende ten hoogste twee uur, waarna de onderbreking maximaal 500 MW is, vervolgens lineair afneemt tot maximaal 100 MW en na zes uur is opgelost voor transport ten behoeve van verbruik, of
1500 MW gedurende ten hoogste zes uur voor transport ten behoeve van productie of invoeding van een elektriciteitsopslagfaciliteit die rechtstreeks op het railsysteem is aangesloten, dan wel op het onderliggende distributiesysteem voor elektriciteit en rechtstreeks op een hoog- of middenspanningsrail op een hoogspanningsstation is aangesloten;
een railsysteem en leidt tot een onderbreking van transport van elektriciteit van ten hoogste 2000 MW gedurende ten hoogste zes uur, voor transport ten behoeve van op een transmissiesysteem voor elektriciteit op zee aangesloten productie.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2 › Paragraaf 3.2.1
Artikel 3.6
vrijstelling 220 kV of hoger tijdens onderhoud
Onderdeel van Energiebesluit· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026