**1.** De gegevensuitwisselingsentiteit stelt de identiteit van de partijen, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, van de wet vast aan de hand van:
een publiek identificatiemiddel als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Wet digitale overheid, op betrouwbaarheidsniveau substantieel als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de eIDAS-verordening; of
een elektronisch identificatiemiddel dat is uitgegeven op grond van een stelsel voor elektronische identificatiemiddelen met betrouwbaarheidsniveau substantieel als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de eIDAS-verordening, en dat ten behoeve van de grensoverschrijdende authenticatie is erkend overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van de eIDAS-verordening.
**2.** Voor gevallen waarin toepassing van de identificatiemiddelen, bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is, kan bij ministeriële regeling een andere wijze van identificatie worden toegestaan.