**1.** De militair die wenst diens aanstelling te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.
**2.** Indien de aanstelling van de militair wordt gewijzigd in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR geldt dat:
de militair dient te voldoen aan de voor deze aanstelling in artikel 5, eerste lid, van het AMAR gestelde voorwaarden;
de militair de bij deze aanstelling behorende verplichting, bedoeld in artikel 7 van het AMAR, krijgt opgelegd, met dien verstande dat hierop in mindering wordt gebracht de verplichting, bedoeld in artikel 3 van deze regeling, voor zover deze is voldaan;
aan deze aanstelling geen proeftijd wordt verbonden.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tot wijziging
van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het
invoeren van een nieuwe tijdelijke aanstelling als militair in het
kader van het Dienjaar Defensie in werking treedt.
Artikel 7
Wijziging aanstelling
Onderdeel van Regeling tijdelijke aanstelling militairen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026