Een marktdeelnemer brengt geen opzegvergoeding als bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet in rekening indien de huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming is, de overeenkomst opzegt binnen de termijn, bedoeld in artikel 230o, eerste of tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, of, indien deze termijn niet van toepassing is, een bedenktermijn krachtens de leveringsovereenkomst.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.1 › Paragraaf 2.1.8
Artikel 2.24
uitzonderingstermijn
Onderdeel van Energieregeling· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026