Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.12

Artikel 3.49

nadere regels windrichting

Onderdeel van Energieregeling· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

Voor het bepalen van de windrichting worden de op basis van artikel 3.48 gemeten windrichtingen horizontaal geïnterpoleerd naar de locatie van het centrum van het desbetreffende windpark. Daarbij worden de gemeten windrichtingen gewogen naar de afstanden tussen de meetstations en de locatie van het platform van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee waarop het desbetreffende windpark is aangesloten, volgens de onderstaande formule: , waarin ΦWPL = de windrichting voor de windparklocatie; nws = het aantal gebruikte meetstations; Φi = de windrichting gemeten op meetstation i; Di = de afstand tussen meetstation i en het centrum van het windpark.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel