Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Administratie en bewaartermijnen

Onderdeel van Regeling kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De administratie van een houder van een kindercentrum of gastouder is actueel, inzichtelijk en controleerbaar ingericht. 2. De administratie van een houder van een kindercentrum bevat de volgende gegevens: afschriften van alle kinderopvangovereenkomsten; afschriften van uitschrijvingsbewijzen, waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind en de naam van de kinderopvangorganisatie is, en indien de kinderopvangorganisatie meerdere locaties heeft, de locatie van de opvang, en op welke datum de kinderopvangovereenkomst is beëindigd; de overzichten van ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, bedoeld in artikel 2.14 van het besluit, waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind is en diens aanwezigheid per dagdeel per week, de voor- en achternaam van de ingezette beroepskrachten en hun aanwezigheid per dagdeel per week, de naam van de kinderopvangorganisatie en, indien de kinderopvangorganisatie meerdere locaties heeft, de locatie van de opvang; afschriften van facturen, waarop de volgende gegevens zijn vermeld: de naam van de kinderopvangorganisatie of houder; de voor- en achternaam van de ouder of partner van de ouder; de voor- en achternaam van het kind; de hoogte van de ouderbijdrage; de maand waarvoor de ouderbijdrage wordt geïnd; en het factuurnummer. betaalbewijzen, waarop de volgende gegevens zijn vermeld: de datum van betaling; de voorletters of voor- en achternaam van de ouder of partner van de ouder; de naam van de kinderopvangorganisatie of houder; en de hoogte van de ouderbijdrage. de exploitatievergunning van de locatie, bedoeld in artikel 2.1 van de wet; afschriften van verklaringen omtrent gedrag, bedoeld in artikel 2.8 van de wet; het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 2.5 van het besluit; de samenstelling en het reglement van de oudercommissie, bedoeld in artikel 2.10 van de wet; afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de opleidingseisen van de beroepskrachten in het kindercentrum, bedoeld in artikel 2.8 van het besluit; afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de ervaringseisen van de beroepskrachten in het kindercentrum, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het besluit en artikel 6 van deze regeling; afschriften van de EHBO-certificaten, bedoeld in artikel 2.11 van het besluit en artikel 5 van deze regeling; en het pedagogisch en educatief beleidsplan, bedoeld in artikel 2.23 van het besluit. 3. De administratie van een gastouder bevat de volgende gegevens: de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, d tot en met g en l, met dien verstande dat waar ‘de naam van de houder’ staat ‘de naam van de gastouder’ wordt vermeld; het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 2.6 van het besluit; het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet; afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de opleidingseisen van de gastouder, bedoeld in artikel 2.10 van het besluit; en een overzicht waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind is en diens aanwezigheid per dagdeel per week. 4. Indien het bestuurscollege de ouderbijdrage voldoet als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, van de wet wordt dit op de factuur en het betaalbewijs vermeld. 5. Gedurende vijf jaren bewaart: de houder van een kindercentrum de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met f; de gastouder de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, d tot en met f, en de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel e. 6. Gedurende twee jaren bewaart: de houder van een kindercentrum de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen h tot en met m; de gastouder de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel l, en het derde lid, onderdelen b tot en met d. 7. De houder of gastouder kan de gegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, op een andere plaats administreren dan op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van de gastouderopvang mits de gegevens op verzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, onverwijld beschikbaar komen op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van de gastouderopvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel