Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.5

Beoordeling

Onderdeel van Deelregeling Bewustwording Slavernijverleden· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 22 november 2025

1. Het bevoegd adviesorgaan beoordeelt of het plan bijdraagt aan de bewustwording van het slavernijverleden. Daarbij worden onderstaande criteria in onderlinge samenhang gehanteerd: De kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre/de werkpraktijk: Is er sprake van een onderscheidende artistieke visie op het gebied van hedendaagse beeldende kunst en/of erfgoed en komt deze overtuigend tot uitdrukking in eerder gerealiseerd(e) werk of activiteiten? Is het werk of zijn de activiteiten binnen de context van de professionele hedendaagse beeldende kunst en/of erfgoed en binnen het kader van deze regeling van een onderscheidende kwaliteit? Is er sprake van een overtuigende ontwikkeling van het oeuvre of van de eerdere activiteiten die past bij de fase van de praktijk? De kwaliteit van het cultureel ondernemerschap: Zet de aanvrager zich er op overtuigende wijze voor in om de kunstenaars-/beroepspraktijk te ontwikkelen, samenwerkingen aan te gaan, naar buiten te treden en publiek voor het werk of activiteiten te vinden? En bevordert dit de zichtbaarheid en waardering van de eigen artistieke praktijk of die van één of meerdere kunstenaars, disciplines, stromingen, collecties of cultureel erfgoed? De kwaliteit van het plan: Is het project van onderscheidende kwaliteit? Is het project bijzonder binnen de context en draagt het op overtuigende wijze bij aan de bewustwording van het slavernijverleden? Perspectief van de betrokken gemeenschappen: Belicht het project een perspectief van betrokken gemeenschappen en hebben betrokken gemeenschappen een belangrijke rol in het plan? 2. Bij de beoordeling van de beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, wordt de achtergrond en context van de praktijk meegewogen. 3. De beoordelingscriteria ‘de kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre/de werkpraktijk’ en ‘perspectief van de betrokken gemeenschappen’ worden bij de beoordeling met een factor twee gewogen. Het criterium ‘kwaliteit van het plan’ wordt met een factor vier gewogen. 4. Indien het bevoegd adviesorgaan op basis van de beoordeling aan de hand van het totaalbeeld van de vier beoordelingscriteria, de aanvraag van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag. Wordt de aanvraag niet van voldoende belang geacht, dan brengt het een negatief advies uit. 5. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage en over de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.

Rechtspraak bij dit artikel