Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB. Bij het beoordelen van de ernst van de overtreding wordt rekening gehouden met het risico op de aantasting van het dierenwelzijn, de herstelbaarheid daarvan en of er sprake is van calculerend en/of bewust risico nemend gedrag.
Aard en ernst van de overtreding:
Licht: gering risico op aantasting dierenwelzijn of diergezondheid, of geringe ondermijning van het systeem. Er is in de bijlage een aantal feiten benoemd die onder deze categorie vallen.
Middelzwaar/zwaar: Bij de meeste overtredingen bepalen de omstandigheden van het geval of de niet-naleving wordt aangemerkt als middelzware of zware overtreding.
De volgende factoren spelen hierbij een rol:
Is er (risico op) aantasting dierenwelzijn? Is het beperkt in ernst en incidenteel van aard, bijvoorbeeld betreft het slechts enkele dieren en/of is het een kleine afwijking van de wettelijke norm (bijv. voorgeschreven staloppervlakte)? Waar de overtreding de registratie van gegevens betreft: is het een fout of onvolledigheid? Een waarneming op dat moment, eenmalig voorkomend, geen structurele overtreding, wordt gezien als incidenteel.
Is er (risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn, bijvoorbeeld betreft het meer dan enkele dieren en/of is de afwijking ten opzichte van de wettelijk norm (bijv. voorgeschreven staloppervlakte) meer dan klein? Een situatie waarin het aannemelijk is dat er geen sprake is van een eenmalige of kortstondige overtreding wordt gezien als structureel. De overtreder past de aangetroffen werkwijze bijvoorbeeld toe in de standaard bedrijfsvoering of handelt ‘vaker’ op dezelfde wijze. Waar de overtreding registratie van gegevens betreft: is er helemaal geen registratie of is sprake van vele fouten en/of onvolledigheden?
In de bijlage van dit specifiek interventiebeleid zijn de bepalingen van de geldende wetgeving ingedeeld in een overtredingsklasse met bijbehorende interventie(s).
Overtredingen van de Wet dieren worden doorgaans bestuurlijk beboet. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze aan het Openbaar Ministerie voor. Dit volgt uit artikel 8.10, eerste lid, van de Wet dieren. Het Openbaar Ministerie beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Afgezien van de in artikel 8.11, eerste lid, genoemde overtredingen is strafrechtelijke afdoening niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.
De kolommen ‘interventies’ en ‘follow-up na overtreding; interventies bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden daar waar van toepassing uitsluitend de bestuurlijke boete als bestraffende sanctie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke bestraffende sanctie met uitzondering van die overtredingen die altijd strafrechtelijk worden afgedaan. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op bovengenoemde kolommen in de bijlage.
Bij het opleggen van de bestuurlijke boete wordt uitgegaan van maximaal vijf overtredingen per overtreder, per controlemoment.
Na het constateren van een zware of middelzware overtreding kan een opvolgende inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen. De kosten van aanvullende officiële controles, zoals herinspecties in het kader van toezicht op dierenwelzijn, worden in rekening gebracht bij de houder van de dieren (retributie). Zie hiervoor verder: https://www.nvwa.nl/over-de-nvwa/hoe-de-nvwa-werkt/tarieven-nvwa/ normeringskader-tarieven-nvwa/kosten-aanvullende-officiele-controles-voor-veehouders.
In het geval personen die zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen tekortschieten in de zorgplicht richting dieren, kan er een melding worden gedaan bij de klachtambtenaar ten behoeve van het Veterinair Tuchtcollege. Dit gelet op artikel 4.2 van de Wet dieren. Dit kan naast een bestuurlijke of strafrechtelijke interventie plaats vinden. Personen die hier onder vallen zijn bijvoorbeeld dierenartsen, paraveterinairen en dierverloskundigen.
Artikel 3
Werkwijze
Onderdeel van Specifiek interventiebeleid NVWA Dierenwelzijn (IB03-SPEC 02, versie 09)· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026