**1.** Zodra de Dienst Wegverkeer vaststelt dat er sprake is van een niet verzekerd zijn van een handelaarskenteken voor motorvoertuigen wordt de erkenninghouder ervan in kennis gesteld dat het voornemen bestaat om een last onder dwangsom op te leggen. De erkenninghouder krijgt de gelegenheid om binnen één week zijn zienswijze op dit voornemen kenbaar te maken.
**2.** In het voornemen wordt vermeld:
vanaf welk moment het handelaarskenteken verzekerd had moeten zijn;
op welk moment er op basis van het WAM-register geconstateerd is dat er geen sprake is van een in stand zijnde verzekering;
dat de erkenninghouder de last krijgt opgelegd om het handelaarskenteken te verzekeren en verzekerd te houden;
dat wanneer de erkenninghouder geen verzekeringsovereenkomst kan afsluiten, de aan hem afgegeven handelaarskentekens voor motorvoertuigen ongeldig worden verklaard;
de hoogte van de dwangsom die aan de last onder dwangsom zal worden verbonden.
**3.** De last onder dwangsom wordt opgelegd, tenzij:
de erkenninghouder aantoont dat voorafgaand aan het versturen van het voornemen en voortdurend tot aan het moment van de zienswijze het handelaarskenteken wel verzekerd is; of
aan de erkenninghouder niet eerder een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom ter zake een niet verzekerd handelaarskenteken is verstuurd én de erkenninghouder bij het indienen van de zienswijze een onvoorwaardelijke polis met betalingsbewijs aan de Dienst Wegverkeer ter hand stelt.
Artikel 3
Voornemen last onder dwangsom
Onderdeel van Beleidsregel last onder dwangsom niet verzekerd handelaarskenteken· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026