Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Berekening en betaling van de specifieke uitkering contactgemeenten

Onderdeel van Besluit van school naar duurzaam werk· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De specifieke uitkering, bedoeld in artikel 9.2.9, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële regeling te bepalen budget over de Doorstroompuntregio’s te verdelen. Het budget kan jaarlijks worden gewijzigd overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling. De verdeling van het budget vindt plaats aan de hand van: een door het CBS op verzoek van Onze Minister ontwikkeld verdeelmodel; en een bij ministeriële regeling vast te stellen toelage voor grensregio’s. 2. Het model, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, berekent per leerling op het voortgezet onderwijs en per student op het beroepsonderwijs of voortgezet algemeen volwassenenonderwijs tot 27 jaar de kans op voortijdig schoolverlaten, geaggregeerd op het niveau van de Doorstroompuntregio. 3. Het CBS baseert de berekening van de kans op voortijdig schoolverlaten op de volgende kenmerken: sociaal-demografische kenmerken; de aanwezigheid van problemen bij jongeren of hun ouders; omgevingskenmerken; en onderwijsgerelateerde kenmerken. 4. Op de specifieke uitkering is artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. 5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de berekening en betaling van de specifieke uitkering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel