Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Subsidieregeling beroeps- en belangenverenigingen decentraal bestuur 2026–2030· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het subsidieplafond voor de voorbereiding en ontwikkeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, bedraagt tot 1 januari 2031 in totaal € 18.772.000. 2. Met uitzondering van de Vereniging van Gemeentesecretarissen wordt het subsidieplafond per vereniging, naast een basisbedrag voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en een bedrag voor het verzorgen van oriëntatie- en inwerkprogramma’s voor de beroepsgroep, nader onderverdeeld in maximumbedragen op basis van de volgende indicatoren: de omvang van de beroepsgroep die de vereniging bedient; de mate waarin de beroepsgroep gebruik maakt van de activiteiten van de vereniging; en de mate waarin de vereniging aanverwante beroepsgroepen bedient. 3. Voor het Nederlands Genootschap van Burgemeesters bevat het subsidieplafond naast de bedragen, bedoeld in het vijfde lid, een extra bedrag ter bekostiging van de specifieke ondersteuning voor burgemeesters. 4. De in het tweede en derde lid bedoelde bedragen zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling. 5. Het subsidieplafond bedraagt per jaar ten hoogste voor: a) Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters € 1.158.900; b) De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden € 618.100; c) De vereniging Statenlidnu € 414.200; d) De Vereniging van Gemeentesecretarissen € 100.000; e) De Vereniging van Griffiers € 435.000; f) De Vereniging van Rekenkamers € 460.000; g) De Wethoudersvereniging € 568.200.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel