Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
het optreden als Chief Information Officer (CIO) zoals bedoeld in het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021;
het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en het CIO-beraad;
het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering topinkomens, het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van die wet, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017;
het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van:
het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
het Centraal Planbureau;
de Autoriteit Consument en Markt;
en hun machtigingenbeheerders;
het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kerndepartement, en van de buitendiensten, bedoeld in paragraaf I, derde lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen;
het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van werknemers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende:
het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
§ 2
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2026· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 25 maart 2026