Het hoofd van dienst zorgt door middel van een overzicht van taken en werkprocessen ervoor dat van elk van de archiefbescheiden te allen tijde kan worden vastgesteld:
wanneer, door wie en uit hoofde van welke taak of werkproces het door het ministerie werd ontvangen of opgemaakt;
de inhoud, structuur en verschijningsvorm bij het ontvangen of de creatie ervan door het ministerie;
het gedrag van digitale bestanden;
de samenhang met andere ontvangen en opgemaakte archiefbescheiden;
de met betrekking tot de archiefbescheiden uitgevoerde beheeractiviteiten; en
de besturingsprogrammatuur of toepassingsprogrammatuur waarmee de archiefbescheiden worden bewaard of beheerd;
de functionele eisen voor de aspecten genoemd in de eerste twee opsommingstekens.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Context en authenticiteit
Onderdeel van Regeling informatiebeheer KGG 2025· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 25 december 2025