**1.** Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat:
artikel I, onderdeel H, onder 1, terugwerkt tot en met 1 januari 2023;
artikel I, onderdeel I, en artikel III, onderdelen aA, cA en A, terugwerken tot en met 1 juli 2023;
artikel I, onderdelen C en J, onder 2, terugwerkt tot en met 25 april 2025;
artikel IV voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026;
artikel VI, onderdeel A, terugwerkt tot en met 6 februari 2018;
artikel VI, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 januari 2024;
artikel X, onderdelen C en D, voor het eerst toepassing vindt op beboetbare gedragingen die zijn begaan op of na 1 januari 2026.
**2.** In afwijking van het eerste lid treden de artikelen I, onderdeel O, VIIIA en XV in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
**3.** In afwijking van het eerste lid treedt artikel XI, onderdeel D, in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 6 oktober 2023 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten) (Kamerstukken 36 446) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, met dien verstande dat het in artikel XI, onderdeel D, van deze wet opgenomen artikel 34a, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingtijdvakken die zijn aangevangen op of na dat tijdstip.
**4.** In afwijking van het eerste lid treedt artikel XIII in werking met ingang van de dag waarop artikel I, onderdeel D, van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treedt.
Artikel XVIII
Artikel XVIII
Onderdeel van Fiscale verzamelwet 2026· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026