Indien de betalingsregeling voortijdig wordt beëindigd, wordt de betalingsplichtige in de gelegenheid gesteld om binnen 30 dagen het totaal openstaande bedrag aan vorderingen in één keer te voldoen, tenzij:
sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, onder d of e; of
het CJIB vaststelt dat de betalingsplichtige over zodanig vermogen beschikt dat dit redelijkerwijs geen aanleiding geeft voor het verlenen van verder uitstel.
Paragraaf 6
Artikel 6:2
Gevolg voortijdige beëindiging betalingsregeling
Onderdeel van Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2026· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026