Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13

Artikel 13.4

Voorschriften

Onderdeel van Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. U voert de werkzaamheden alleen uit vanaf het bezoekadres zoals dit bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven. U wordt er met klem op gewezen dat u de erkenning niet ‘onderweg’ mag uitvoeren. Dit betekent dat personen die door u een export willen (laten) melden, met hun originele legitimatiebewijs, de kentekenplaten en het kentekenbewijs van het voertuig persoonlijk op uw bedrijfsadres verschijnen. 2. U controleert het originele legitimatiebewijs van de persoon die het voertuig naar het buitenland brengt (exporteur) door de foto op het legitimatiebewijs te vergelijken met de aanvrager die voor u staat. 3. U vult alle gegevens correct in. Dit geldt ook voor de lamineercode van de kentekenplaten voor zover u de verplichting van de RDW heeft gekregen om deze op te geven en de tellerstand van het voertuig. 4. U geeft bij de melding voor export de tellerstand van het voertuig op zoals deze op het moment van de aanmelding is af te lezen in het voertuig. Ook in het geval er bijvoorbeeld sprake is van een lege accu die opgeladen moet worden of (tijdelijk) vervangen, moet u zorgen dat u voor de aanmelding voor export alsnog de juiste tellerstand kunt aflezen en in het scherm kunt invullen. 5. U haalt het blanco kentekenbewijs deel II niet eerder uit de kluis dan dat u na de controle van het legitimatiebewijs en de ontvangst van het kentekenbewijs en de bij het voertuig behorende kentekenplaten, het voertuig voor export meldt. 6. U geeft het originele kentekenbewijs deel II altijd mee aan de persoon die op het kenteken deel II staat. Dit doet u direct nadat u het voertuig heeft gemeld voor export. 7. U stuurt een digitale kopie van een verkeerd geprint kentekenbewijs delen II onmiddellijk naar de RDW en vernietigt het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II daarna onmiddellijk. 8. U maakt de kentekenplaten onmiddellijk onbruikbaar op de door de RDW voorgeschreven wijze nadat het voertuig voor export is gemeld. 9. U bewaart de doorgeknipte kentekenplaten van de laatste 10 exportmeldingen op de door de RDW voorgeschreven wijze en toont deze op verzoek van de toezichthouder. 10. U bewaart de doorgeknipte kentekenplaten op een niet voor anderen toegankelijke plaats op uw bedrijfsadres. 11. U geeft het ontwaarde kentekenbewijs en het vrijwaringsbewijs mee aan degene die op het kentekenbewijs deel II staat. 12. U stuurt alle nog niet gebruikte kentekendelen II naar de RDW als uw erkenning is beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel