Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 24

Artikel 24.3

Voorschriften

Onderdeel van Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. U controleert vooraf of de werkplaats, apparatuur en de documentatie voldoen aan de eisen. Dit betekent dat u kijkt naar de geschiktheid van de werkplaats, de deugdelijkheid van de apparatuur en voorzieningen en de bij de apparatuur behorende handleidingen en geldige ijkcertificaten. 2. Voorafgaand aan de werkzaamheden aan een bepaald voertuig stelt u aan de hand van de website van de RDW (Webdirect) vast of het VIN overeenkomt met het kenteken van het voertuig en raadpleegt u de datum eerste toelating van het voertuig. 3. Gaat het om een niet Nederlands gekentekend voertuig dan raadpleegt u in afwijking van het tweede lid het originele buitenlandse kentekenbewijs om vast te stellen of het VIN overeenkomt met het voertuig en de datum eerste toelating te bepalen. Een melding van een niet Nederlands gekentekend voertuig gebeurt uitsluitend door gebruikmaking van het volledige identificatienummer van het voertuig. 4. Gaat het om een niet gekentekend voertuig dan stelt u vast of het VIN van het voertuig overeenkomt met het originele CVO. 5. Is de datum eerste toelating van het voertuig niet vast te stellen dan moet de laatste generatie en versie tachograaf met de juiste softwareversie aanwezig zijn. 6. U voert een manipulatiecontrole uit met gebruik van de vereiste documenten, apparatuur en gereedschappen. Stelt u vast dat sprake is van manipulatie of aanwezigheid van manipulatieapparatuur dan meldt u dit voorafgaand aan de goedkeurmelding aan de RDW door middel van het manipulatiemeldingsformulier op de door de RDW voorgeschreven wijze. 7. Heeft u vastgesteld dat er sprake is van manipulatie of de aanwezigheid van manipulatieapparatuur dan onderzoekt, herstelt en kalibreert u de installatie. 8. Na goedkeuring van de installatie verzegelt u de tachograaf en sluit u de werkzaamheden af met een proefrit om te controleren of de tachograaf goed functioneert. Daarna volgt een goedkeurmelding in RDW-register. 9. Als u een digitale tachograaf buiten bedrijf stelt of als de tachograaf in een ander voertuig wordt geïnstalleerd, stelt u de gegevens van de laatste 90 dagen direct veilig. 10. Als het niet mogelijk is om bij vervanging van de tachograaf de gegevens veilig te stellen dan meldt u of de tachograaftechnicus dit direct aan de RDW op de vastgestelde wijze. U doet dit voorafgaand aan de melding van goedkeuring in het register van de RDW. 11. U voert een eindcontrole uit en stelt vast dat de tachograaf goed is afgesteld en verzegeld. 12. U maakt daarbij alleen gebruik van de door de RDW toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden. 13. U meldt het voertuig alleen af op de door de RDW opgegeven tijdstippen op de door de RDW vastgestelde wijze. 14. U controleert of het nieuwe installatieplaatje voldoet aan de gestelde eisen en deze brengt u direct na de melding van goedkeuring op het voertuig aan, maar niet voordat u het oude installatieplaatje heeft verwijderd en door de RDW is meegedeeld dat: de melding niet leidt tot een steekproefsgewijze controle; of de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle, maar dat deze steekproef niet binnen 90 minuten na de melding wordt begonnen; of leidt tot een steekproefsgewijze controle en deze controle heeft geleid tot goedkeuring van de desbetreffende werkzaamheden; of zonder toestemming van de RDW-medewerker wijzigingen aanbrengen of aan laten brengen aan het voertuig. 15. U vult indien nodig een zegelverbrekingsformulier of CoU in.

Rechtspraak bij dit artikel