Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Sancties

Onderdeel van Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding is ingedeeld. Daarnaast is uw sanctiehistorie mede van belang bij het bepalen van de hoogte van een sanctie. 2. De RDW kent de volgende sancties: Waarschuwing Intrekking voor bepaalde tijd Intrekking voor onbepaalde tijd Last onder dwangsom Bestuursdwang Bestuurlijke boete 3. Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder a en b kan in combinatie met verscherpt toezicht worden opgelegd. Verscherpt toezicht wordt in ieder geval opgelegd als er sprake is van: de kans op herhaling van een overtreding van dezelfde categorie; twee (2) overtredingen van categorie I en/of II; of om na te gaan of u gemaakte afspraken voor verbetering van uw processen bent nagekomen. 4. Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder b kan worden opgelegd voor een periode van vier weken, zes weken, twaalf weken of zes maanden. 5. Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder b kan gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. 6. Ook gedurende de periode dat uw erkenning is ingetrokken als bedoeld in het tweede lid onder b moet u aan alle voorschriften die verbonden zijn aan de erkenning voldoen. 7. Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder d tot en met f is beschreven in de beleidsregel(s) die gaan over de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom. 8. Een sanctie wordt schriftelijk aan u bekend gemaakt. 9. Uitbreiding of wijziging van een erkenning is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor aan u bekend is gemaakt dat er een voornemen is om aan u een sanctie op te leggen, een sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.

Rechtspraak bij dit artikel