Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.4

Toezicht

Onderdeel van Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde keuringen van LPG-gasinstallaties en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem. 2. Het cusumsysteem Erkenninghouder Gasinstallaties 2017 wordt toegepast bij herkeuringen ten behoeve van het meten van de kwaliteit bij het toepassen van de keuringseisen. Hiervoor wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het stroomschema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk. 3. U draagt er zorg voor dat vanaf het moment dat een steekproef wordt aangekondigd totdat de steekproef is beëindigd, het voertuig en de LPG-technicus die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, blijvend aanwezig in de keuringsruimte zijn. Als er in afwachting van de steekproef geen ruimte is om het voertuig in de keuringsruimte beschikbaar te houden dan is het toegestaan dat het voertuig geplaatst wordt in de onmiddellijke nabijheid van de keuringsruimte. Hierbij is in ieder geval niet toegestaan dat het voertuig zich buiten de keuringsplaats bevindt. 4. Als ondanks alle genomen maatregelen een voertuig toch de keuringsruimte verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle (tel.nr. 088 008 74 77) van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur. U geeft geen opnamekaart gasinstallatie af en wijst de klant erop dat de goedkeuring vervalt. Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan. 5. U stelt de steekproefcontroleur in staat om binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van het technische gedeelte van de steekproef te beginnen. Deze tijd is uitdrukkelijk niet bedoeld om de LPG-technicus van elders, buiten de keuringsruimte, te (laten) komen. 6. U stelt de keuringsruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking aan de steekproefcontroleur. 7. De LPG-technicus die de werkzaamheden heeft verricht, verleent direct assistentie aan de steekproefcontroleur. 8. Tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur (de zogeheten quarantainetijd) worden geen handelingen zoals sleutelen, het aanbrengen van wijzigingen of metingen meer aan het voertuig verricht. 9. Gedurende de steekproef worden geen wijzigingen in of aan het voertuig aangebracht zonder toestemming van de steekproefcontroleur of tijdens een herkeuring in beroep zonder toestemming van de Toezichthouder Bedrijven van de RDW. Overtreding van deze regel wordt aangemerkt als een overtreding van categorie III. 10. Als tijdens de steekproef blijkt dat de vereiste apparatuur kapot is of niet aanwezig is dan wordt uw erkenning per direct geschorst. Deze schorsing wordt beëindigd zodra u zelf kunt aantonen dat de vereiste apparatuur aanwezig of weer hersteld is en voldoet aan de gestelde eisen.

Rechtspraak bij dit artikel