Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Aanvullende bekostiging scholen voor voortgezet onderwijs

Onderdeel van Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2026· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2026 aan het bevoegd gezag van een school: voor voortgezet onderwijs, met één of meer pro-vestigingen, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling; en voor voortgezet onderwijs, met één of meer vestigingen (niet zijnde pro-vestigingen) opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling; voor voortgezet onderwijs met één of meer vestigingen (niet zijnde pro-vestigingen) waar meer dan 20% van de leerlingen op teldatum 1 oktober 2023 bestond uit nieuwkomers die korter dan 1 jaar in Nederland verbleven, opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling. 2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling. 3. De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van het aantal bekostigde leerlingen op 1 oktober 2025. 4. Het bedrag per leerling bedraagt € 1.006,16 voor pro-vestigingen en € 804,49 voor de overige vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs waaronder de vestigingen als bedoeld in lid 1, sub c. 5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in maart 2026 vastgesteld. 6. De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald. 7. De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2026 gewijzigd vast op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen op 1 oktober 2025 en de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar.

Rechtspraak bij dit artikel