**1.** De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van de medisch-specialistische instroomplaatsen1Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3. over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Om grote schommelingen in de instroomverdeling per OOR per jaar te voorkomen houdt de zorgautoriteit bij invulling van het criterium 100% adherentie alle instellingen rekening met:
een ondergrens van 10% van de landelijke instroom per OOR voor het in stand houden van de infrastructuur die nodig is voor het opleiden van artsen in opleiding tot (medisch) specialist. Als deze grens in een OOR niet wordt bereikt, dient de zorgautoriteit aan de betreffende OOR instroomplaatsen van andere OOR’s toe te wijzen. Dit dient naar rato verrekend te worden over de andere OOR’s.
de mogelijkheid om te schuiven met maximaal 30 instroomplaatsen tussen OORs ten opzichte van de basisverdeling, met een bandbreedte van maximaal -8 tot +10 plaatsen per OOR.
Het criterium 100% adherentie alle instellingen met de aandachtspunten hierbij, geldt niet voor de opleidingen psychiatrie, sportgeneeskunde en orthodontie.
**2.** De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten:
de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;
instroomplaatsen waarvoor geen beschikbaarheidbijdrage is verleend in een vorig jaar, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;
zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen;
gestimuleerd wordt dat in samenwerkingsverbanden wordt opgeleid waaraan ten minste één zorgaanbieder deelneemt, die gespecialiseerde geïntegreerde ggz (specialistische ggz – ambulante en klinische zorg) levert en beschikt over een geldig kwaliteitsstatuut, sectie III (Instellingen).
**3.** Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.
Artikel 5
Criteria verdeling instroomplaatsen
Onderdeel van Aanwijzing beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026 en verder· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 17 december 2025