Naar hoofdinhoud

Artikel 2

(nadere bepaling hoogte boetebedragen)

Onderdeel van Beleidsregel hoogte bestuurlijke boete Wet vrachtwagenheffing· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 14 januari 2026

1. Bij het vaststellen van de op grond van artikel 15, eerste lid, van de wet op te leggen boete worden de volgende boetebedragen gehanteerd: Grondslag Overtreding (art. 13, eerste lid, van de wet) Boetebedrag Art. 4, tweede lid, aanhef en onder a, van de wet De boordapparatuur van een vrachtwagen werkt niet naar behoren tijdens het rijden over de weg. € 500,00 Art. 4, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet De boordapparatuur van een vrachtwagen is tijdens het rijden over de weg niet ingeschakeld. € 500,00 Art. 4, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet Tijdens het rijden over de weg blijkt de boordapparatuur van een vrachtwagen niet te horen bij de vrachtwagen waarvoor een geldige dienstverleningsovereenkomst is gesloten. € 500,00 Art. 8, eerste lid, van de wet De houder van een vrachtwagen die op de weg rijdt heeft geen geldige dienstverleningsovereenkomst voor deze vrachtwagen afgesloten, en de houder heeft geen vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, van de wet. € 800,00 2. De boetebedragen, bedoeld in het eerste lid, worden, na inwerkingtreding van artikel 2, eerste lid, van de wet, voor de duur van zes maanden gematigd met 50%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel