Naar hoofdinhoud

Onderdeel A

Artikel 4

Arbeidsmarktrelevantie van de scholing

Onderdeel van Beleidsregels Scholing en voorwaarden vergoeding scholingskosten UWV 2026· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 20 januari 2026

Een scholing is arbeidsmarktrelevant als bedoeld in artikel 3, sub a, als aan één van de navolgende vereisten is voldaan: Er is sprake van een baanintentie of baangarantie. Deze baanintentie of baangarantie blijkt uit een door de werkgever en de cliënt ondertekende verklaring of arbeidsovereenkomst, dan wel uit een mondelinge verklaring door de werkgever. De verklaring houdt in dat de werkgever voornemens is om de cliënt na het behalen van het certificaat, diploma of de praktijkverklaring een dienstbetrekking aan te bieden. De dienstbetrekking waarop de baanintentie of baangarantie betrekking heeft, start uiterlijk op de eerste dag van de maand direct volgend op de maand waarin de cliënt de scholing met een diploma, certificaat of praktijkverklaring heeft afgerond. De omvang van de dienstbetrekking bedraagt minimaal hetzelfde aantal uren per week als de wekelijkse studiebelasting van de scholing en duurt minimaal 6 maanden, óf De cliënt kan na het volgen van de scholing een door UWV vastgesteld kansrijk beroep of kansrijke functie vervullen, óf De cliënt maakt naar genoegen van UWV inzichtelijk dat hij na het volgen van de scholing een reële kans heeft op (duurzaam) werk in dienstbetrekking of om als zelfstandig ondernemer in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. De cliënt maakt hiervoor inzichtelijk tot welk (zelfstandig) beroep of functie de scholing opleidt. Wil de cliënt in een dienstbetrekking gaan werken, dan geeft hij inzicht in de vacatures die hij na het afronden van zijn scholing kan vervullen. Wil de cliënt als zelfstandig ondernemer gaan werken dan maakt de cliënt inzichtelijk op welke wijze hij na het volgen van de scholing als zelfstandig ondernemer in zijn onderhoud kan voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel