Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 12.7

deelneming

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 14 februari 2026

1. In het belang van het stimuleren van de warmtetransitie kan Onze Minister besluiten een naamloze of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid aan te wijzen, waarvan alle aandelen middellijk of onmiddellijk aan de Staat der Nederlanden behoren, die tot taak heeft: het oprichten of mede-oprichten van en actief deelnemen in warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang; het adviseren van medeoverheden over de oprichting of inrichting van warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang. 2. Met het warmtebedrijf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt bedoeld een regionaal warmtebedrijf dan wel een warmtebedrijf dat binnen een redelijke termijn uitgroeit naar een regionaal warmtebedrijf. 3. Onze Minister kan aan een besluit op grond van het eerste lid voorschriften en beperkingen verbinden. 4. Onze Minister kan een besluit op grond van het eerste lid intrekken of wijzigen indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het geven van dit besluit. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over: het aanwijzen van een vennootschap als bedoeld in het eerste lid; het regionaal warmtebedrijf en de termijn, bedoeld in het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel