**1.** Het college kan op aanvraag van een warmtebedrijf dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel warmte levert en transporteert met een klein collectief warmtesysteem een ontheffing verlenen van artikel 1.2, eerste lid. Het warmtebedrijf dient binnen een half jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel een aanvraag in. De ontheffing geldt voor de gebieden, bedoeld in artikel 13.2, eerste tot en met vijfde lid, voor zover deze betrekking hebben op het klein collectief warmtesysteem. Artikel 13.2, zesde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. In de ontheffing wordt het gebied aangegeven waarvoor de ontheffing geldt.
**2.** Het college beslist alleen afwijzend op een aanvraag om een ontheffing indien het geen klein collectief warmtesysteem betreft.
**3.** Het college kan aan een ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden met dien verstande dat op het bepalen van de duur van ontheffing artikel 13.4, tweede tot en met zesde lid, en het achtste lid, van overeenkomstige toepassing is.
**4.** De ontheffing wordt geacht een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, te zijn.
**5.** Het college zendt aan de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de ontheffing.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing op grond van het eerste lid wordt ingediend, de bij de aanvraag om een ontheffing te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen het college een besluit neemt.
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het derde lid;
de afwijzingsgrond, genoemd in het tweede lid.
Hoofdstuk 13 › § 13.2 › § 13.2.2
Artikel 13.12
ontheffing bestaande klein collectief warmtesysteem
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk