Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13 › § 13.3

Artikel 13.24

Warmtewet tijdelijk van toepassing op bestaande en nieuwe warmtebedrijven die warmte leveren met een klein collectief warmtesysteem

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Tot het tijdstip waarop het college een ontheffing heeft verleend op grond van artikel 13.12, eerste lid, en tot ten hoogste een jaar na inwerkingtreding van dit artikel blijven op een leverancier als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet die warmte levert aan maximaal 1500 verbruikers, huurders of leden van een vereniging van eigenaars of een vergelijkbare rechtsvorm, de artikelen 1, 2, eerste, derde en achtste lid, 4a, eerste, tweede en vierde lid, 5, 5a, 6, 7, artikel 8, eerste lid, vijfde lid, zesde lid, onderdelen b en c, zevende lid, achtste lid, 9, 10, 11, 12a, 12b, 12c, 12d, 13, 15, 17, 18, 20, 23 en 24 van de Warmtewet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit artikel van toepassing. 2. Tot het tijdstip waarop het college een ontheffing heeft verleend op grond van artikel 13.12, eerste lid, en tot ten hoogste een jaar na inwerkingtreding van dit artikel: zijn de artikelen 1.1, 2.19, 2.20, 2.31 tot en met 2.34, 2.36 tot en met 2.43, 2.48, 6.1, 6.2, 7.10, 10.8, en 11, eerste lid, onderdeel a, tweede en derde lid, van deze wet van overeenkomstige toepassing op de leverancier, bedoeld in het eerste lid; zijn op het toezicht op en de naleving van het bij of krachtens de artikelen, bedoeld in het eerste lid, bepaalde, de artikelen 10.1, eerste lid, 10.2, eerste lid, 10.3, eerste lid, en 10.4, eerste en zevende lid, van deze wet van overeenkomstige toepassing; is artikel 1.2, eerste lid, niet van toepassing op de levering of het transport van warmte door een leverancier bedoeld in het eerste lid. 3. Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 7.22, 7.23, 7.28, 7.29 en 7.35 van deze wet, zijn, in afwijking van het eerste lid, de artikelen 2, derde lid, 4a, eerste, tweede en vierde lid, 5, 5a, 6, 8, eerste lid, aanhef, zinssnede «tegen ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief» en laatste volzin, vijfde lid, zesde lid, onderdelen b en c, en achtste lid, 23 en 24 van de Warmtewet en de daarop berustende bepalingen niet langer van toepassing op de levering van warmte door een leverancier als bedoeld in het eerste lid. 4. Vanaf het tijdstip, bedoeld in het derde lid, tot het tijdstip waarop het college op grond van artikel 13.12, eerste lid, een ontheffing heeft verleend, zijn: de artikelen 7.22, 7.23, 7.28, 7.29 en 7.35 en 12.4, eerste lid, onderdelen c en d, tweede en derde lid, van deze wet van overeenkomstige toepassing op de levering van warmte door een leverancier als bedoeld in het eerste lid; op het toezicht op en de naleving van het bij of krachtens de artikelen, bedoeld in onderdeel a, bepaalde, de artikelen 10.1, eerste lid, 10.2, eerste lid, 10.3, eerste lid, en 10.4, eerste en zevende lid, van deze wet van overeenkomstige toepassing. 5. Indien de artikelen 7.22, 7.23, 7.28, 7.29 en 7.35 van deze wet nog niet in werking zijn getreden, zijn tot inwerkingtreding van deze artikelen, op een warmtebedrijf waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.1, vierde lid, geldt, of waaraan een ontheffing is verleend op grond van artikel 3.2, eerste lid, of 13.12, eerste lid: de artikelen 2, derde lid, 4a, eerste, tweede en vierde lid, 5, 5a, 6, 8, eerste lid, vijfde lid, zesde lid, onderdelen b en c, en achtste lid, 23 en 24 van de Warmtewet en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing; op het toezicht op en de naleving van het bij of krachtens de artikelen, bedoeld in onderdeel a, bepaalde, de artikelen 13, 15, 17 en 18 van de Warmtewet van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel