**1.** Een op grond van artikel 13.2 of 13.3 aangewezen warmtebedrijf stelt binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een uitgewerkt kavelplan op voor de warmtekavel waarvoor het is aangewezen met dien verstande dat in het uitgewerkt kavelplan de kenmerken van de collectieve warmtevoorziening waarop de aanwijzing betrekking heeft zijn weergegeven.
**2.** Het uitgewerkt kavelplan behoeft instemming van het college. Het college kan uitsluitend instemming aan het uitgewerkt kavelplan onthouden als het uitgewerkt kavelplan de kenmerken van de collectieve warmtevoorziening niet op een juiste wijze weergeeft.
**3.** Artikel 2.16, tweede lid, onderdelen a tot en met d, f, en j tot en met l, vijfde, zesde, tiende en elfde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
in het tweede lid, onderdeel f, voor:
«voorstel voor een netontwerp» wordt gelezen «beschrijving van de collectieve warmtevoorziening»;
«de in te zetten warmtebronnen» wordt gelezen «de warmtebronnen»;
«een indicatie van het tracé» wordt gelezen «het tracé»;
in het tweede lid, onderdeel j, voor «een indicatie van de tarieven» wordt gelezen «de tarieven».
**4.** Het college kan voorschriften en beperkingen aan een instemming verbinden.
Hoofdstuk 13 › § 13.2 › § 13.2.1
Artikel 13.8
uitgewerkt kavelplan
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk