Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 5.1

Artikel 5.1

aanwijzing warmtetransportbeheerder

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Onze Minister kan op aanvraag van een warmtetransportonderneming voor minimaal 20 en maximaal 30 jaar deze onderneming aanwijzen die de exclusieve bevoegdheid heeft binnen een in de aanwijzing aangeduid gebied, de taken, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, uit te voeren. 2. Alvorens een warmtetransportonderneming een aanvraag om aangewezen te worden op grond van het eerste lid indient, dient de onderneming een aanvraag in bij de Autoriteit Consument en Markt waarin de Autoriteit Consument en Markt verzocht wordt bij besluit vast te stellen of de onderneming: voldoende beschikt over de organisatorische en technische bekwaamheid noodzakelijk voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid; voldoende financieel in staat is de taken, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, uit te voeren; voldoet aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 5.11, 5.12 en 5.14. 3. De Autoriteit Consument en Markt kan aan het besluit, bedoeld in het tweede lid voorschriften en beperkingen verbinden. 4. Bij een aanvraag om aangewezen te worden op grond van het eerste lid overlegt de warmtetransportonderneming in ieder geval het besluit, bedoeld in het tweede lid, waarin de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat de onderneming voldoet aan de gronden genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met c. 5. Onze Minister wint alvorens een warmtetransportonderneming aan te wijzen advies in van het college van de gemeente en gedeputeerde staten van de provincie op wiens grondgebied: de levering van warmte naar redelijke verwachting met gebruikmaking van het warmtetransportnet zal plaatsvinden; de warmtebronnen zich bevinden waarvan de warmte of restwarmte afkomstig is die naar redelijke verwachting door het warmtetransportnet getransporteerd zal worden. 6. Onze Minister verleent uitsluitend de aanwijzing indien: sprake is van een grootschalig aanbod van meerdere warmtebronnen die de lokale warmtebehoefte structureel overstijgt en die met een warmtetransportnet op de meest doelmatige wijze beschikbaar kan worden gemaakt; er naar verwachting meerdere afzonderlijke afnemers in verschillende gemeenten in de regio warmte van het warmtetransportnet zullen afnemen; het beschikbaar maken van de warmtebronnen, bedoeld in onderdeel a, alleen door de aanwijzing van een warmtetransportbeheerder leidt tot een efficiënte warmtetransitie in de regio en niet door de samenwerking tussen warmtebedrijven. 7. Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan de aanwijzing. 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: de wijze waarop de aanvraag om aangewezen te worden op grond van het eerste lid wordt ingediend, de bij de aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen Onze Minister het besluit tot aanwijzing neemt; de wijze waarop de aanvraag om een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend, de bij de aanvraag om dat besluit te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen de Autoriteit Consument en Markt het besluit neemt; de gronden, genoemd in het tweede en het zesde lid. 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het derde en zevende lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel