**1.** Degene die een warmtetransportaansluiting heeft is verantwoordelijk voor het opstellen van een warmtetransportprogramma waarin is opgenomen:
hoeveel warmte op de warmtetransportaansluiting wordt ingevoed of onttrokken;
wanneer de invoeding of onttrekking van warmte plaatsvindt.
**2.** De verantwoordelijkheid, bedoeld in het eerste lid, kan in zijn geheel worden overgedragen.
**3.** Een aansluitingsverantwoordelijke zendt het warmtetransportprogramma naar de warmtetransportbeheerder.
**4.** De aansluitingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor een afwijking van het warmtetransportprogramma.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
het warmtetransportprogramma en de wijze waarop het warmtetransportprogramma wordt ingediend;
de verantwoordelijkheid, bedoeld in het eerste lid;
de overdracht van de verantwoordelijkheid, bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 5 › § 5.4
Artikel 5.16
warmtetransportprogramma
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk