**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan aan Onze Minister melden dat een besluit als bedoeld in artikel 5.7, zesde lid, is genomen waarin de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat er grond is de aanwijzing van een warmtetransportbeheerder in te trekken omdat de warmtetransportbeheerder:
niet langer in staat is een taak als bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, uit te voeren;
in strijd handelt met artikel 5.7, vierde lid.
**2.** Onze Minister trekt een aanwijzing van een warmtetransportbeheerder in indien Onze Minister een melding als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen.
**3.** Onze Minister kan de aanwijzing van een warmtetransportbeheerder intrekken indien:
de warmtetransportbeheerder de aan de aanwijzing verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt;
de warmtetransportbeheerder in de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
de warmtetransportbeheerder hierom verzoekt.
**4.** De warmtetransportbeheerder stelt de Autoriteit Consument en Markt zo spoedig mogelijk op de hoogte van het verzoek, bedoeld in het derde lid, onderdeel c.
**5.** De aanwijzing wordt niet ingetrokken voordat een andere warmtetransportonderneming op grond van artikel 5.1, eerste lid, is aangewezen als warmtetransportbeheerder.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
de gronden, genoemd in het derde lid;
de procedure en de termijn waarbinnen Onze Minister een andere warmtetransportonderneming aanwijst.
Hoofdstuk 5 › § 5.1
Artikel 5.3
intrekking aanwijzing van een warmtetransportbeheerder
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk