Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › § 7.1 › § 7.1.1

Artikel 7.1

door een aangewezen warmtebedrijf in rekening te brengen maximale tarieven

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Een aangewezen warmtebedrijf brengt ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 2.13, bij een kleinverbruiker voor het leveren van goederen en diensten ten hoogste de tarieven in rekening die zijn vastgesteld op grond van artikel 7.2, eerste lid, waarbij geldt dat het aangewezen warmtebedrijf bij een kleinverbruiker voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering van warmte door middel van de aansluiting van het gebouw op het collectief warmtesysteem niet een hoger tarief in rekening kan brengen dan het maximale tarief, bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, indien een verzoek is gedaan als bedoeld in artikel 2.26, eerste lid. 2. Het aangewezen warmtebedrijf brengt tarieven in rekening voor de volgende goederen en diensten: het transport en de levering van warmte; het transport en levering van koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van de collectieve warmtevoorziening en het warmtebedrijf om die reden de verbruiker uitsluitend de mogelijkheid biedt om warmte in combinatie met koude af te nemen; de afleverset voor warmte of een afleverset voor warmte en koude; het aansluiten op een collectieve warmtevoorziening; de meting van het warmteverbruik; overige goederen of diensten. 3. De tarieven zijn non-discriminatoir, met dien verstande dat bij de vaste tarieven onderscheid kan worden gemaakt op grond van de mate waarin een kleinverbruiker bijdraagt aan de kosten van de collectieve warmtevoorziening. 4. Een aangewezen warmtebedrijf maakt op transparante wijze de tarieven aan verbruikers bekend en openbaar. 5. In afwijking van het eerste lid kunnen een aangewezen warmtebedrijf en een kleinverbruiker overeenkomen dat de kleinverbruiker een tarief in rekening wordt gebracht dat afwijkt van het tarief, bedoeld in het eerste lid, indien het aangewezen warmtebedrijf aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste het tarief, bedoeld in het eerste lid. 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een aangewezen warmtebedrijf het tarief dat voor een kleinverbruiker op grond van artikel 7.2, eerste lid, is vastgesteld, in het geval de kleinverbruiker geen gebouweigenaar is, voor daarbij te bepalen goederen en diensten in afwijking van het eerste lid, geheel of gedeeltelijk in rekening brengt bij de gebouweigenaar van het gebouw dat de kleinverbruiker in gebruik heeft. 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: de goederen en diensten, bedoeld in het tweede lid; welk deel van de tarieven overeenkomstig het zesde lid in rekening wordt gebracht bij de gebouweigenaar, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen de verhuurder van de kleinverbruiker dan wel de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm waarbij hij is aangesloten; de wijze van bekendmaking en openbaarmaking van de tarieven, bedoeld in het vierde lid; het aanbod, bedoeld in het vijfde lid; het onderscheid in de vaste tarieven, bedoeld in het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel