**1.** Onze Minister stelt in overleg met Onze Minister van Financiën met het oog op het voorkomen van onevenredig hoge leveringstarieven ten opzichte van het gemiddelde van alle maximum leveringstarieven, voor kleinverbruikers jaarlijks bij besluit tarieflimieten vast die een aangewezen warmtebedrijf voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, onderdelen a en b, maximaal in rekening kan brengen bij een kleinverbruiker.
**2.** Onze Minister kan met het oog op de financiële aantrekkelijkheid van de levering van warmte aan kleinverbruikers door een aangewezen warmtebedrijf in afwijking van de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling de tarieflimieten op een lager bedrag vaststellen.
**3.** Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
**4.** De tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan, bedoeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de tarieven die voor het leveren van goederen en diensten, bedoeld in het eerste lid, voor het aangewezen warmtebedrijf zijn vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.4, eerste lid, of berekend op grond van artikel 7.5, eerste lid, tot 1 januari van het daarop volgende jaar.
**5.** Artikel 7.16 is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid vastgestelde tarieflimieten.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
de wijze waarop de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan als bedoeld in het tweede lid worden bepaald, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen een vast en variabel tarief;
de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
Hoofdstuk 7 › § 7.1 › § 7.1.3
Artikel 7.6
vaststelling tarieflimieten
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk