**1.** Een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm stelt haar leden gedurende twee maanden na het aanbod van een aangewezen warmtebedrijf, bedoeld in artikel 2.26, in de gelegenheid bij de vereniging en het aangewezen warmtebedrijf kenbaar te maken geen aansluitovereenkomst met het aangewezen warmtebedrijf te willen aangaan.
**2.** Indien een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm een aanbod van een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 2.26 al dan niet stilzwijgend aanvaardt, sluit het bestuur van deze vereniging namens al haar leden de overeenkomst met het aangewezen warmtebedrijf voor het aansluiten op een collectieve warmtevoorziening van de gedeelten van het gebouw die voor verblijf van personen bestemd zijn op een collectieve warmtevoorziening.
**3.** De overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, geldt niet ten aanzien van een lid dat aan het aangewezen warmtebedrijf en deze vereniging meldt geen aansluitovereenkomst te willen aangaan, indien het als gevolg daarvan redelijkerwijs technisch niet onmogelijk is de aanleg, instandhouding en verwijdering van de collectieve warmtevoorziening in het gebouw te realiseren, en de kosten van het realiseren van de aanleg, instandhouding en verwijdering van de collectieve warmtevoorziening voor de andere appartementseigenaars daardoor ook niet significant hoger worden.
**4.** De overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, geldt uitsluitend ten aanzien van de appartementseigenaars die rechthebbende zijn van een appartementsrecht, dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van bepaalde gedeelten van het gebouw die blijkens hun inrichting bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en voor verblijf van personen bestemd zijn.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.1
besluit vereniging van eigenaars tot aanvaarding aanbod warmtebedrijf in geval van artikel 2.26
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk