Aan de algemeen directeur blijft voorbehouden:
de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen;
de bevoegdheid tot het toekennen van een schadevergoeding op basis van artikel 7:611 jo. artikel7:658 van het Burgerlijk Wetboek voor zover de vergoeding betrekking heeft op materiële schade;
de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur dan wel software;
de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto;
de bevoegdheid tot het benoemen van een plaatsvervangend algemeen directeur, te kiezen uit de directeuren onder artikel 1.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Mandaatbesluit DTenV Ministerie van Justitie en Veiligheid 2026· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 31 januari 2026