**1.** Als categorieën productie-installaties waarvoor op grond van artikel 2, derde lid, van de regeling een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend, worden aangewezen:
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp en ten hoogste 100 kWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht en waarbij het dak van een bestaand gebouw constructief wordt aangepast of een draagconstructie wordt toegepast die het dak ontlast en waarbij deze constructieve dakaanpassing of draagconstructie noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, dan wel bij het gebruik van het dak van een bestaand gebouw gebruik wordt gemaakt van een productie-installatie met een maximaal gewicht van 10 kilogram per vierkante meter met zonnepanelen bedekt dakoppervlak, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp en ten hoogste 100 kWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp tot 1 MWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht en waarbij het dak van een bestaand gebouw constructief wordt aangepast of een draagconstructie wordt toegepast die het dak ontlast en waarbij deze constructieve dakaanpassing of draagconstructie noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, dan wel bij het gebruik van het dak van een bestaand gebouw gebruik wordt gemaakt van een productie-installatie met een maximaal gewicht van 10 kilogram per vierkante meter met zonnepanelen bedekt dakoppervlak, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp tot 1 MWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 1 MWp en ten hoogste 6 MWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht en waarbij het dak van een bestaand gebouw constructief wordt aangepast of een draagconstructie wordt toegepast die het dak ontlast en waarbij deze constructieve dakaanpassing of draagconstructie noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, dan wel bij het gebruik van het dak van een bestaand gebouw gebruik wordt gemaakt van een productie-installatie met een maximaal gewicht van 10 kilogram per vierkante meter met zonnepanelen bedekt dakoppervlak, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 1 MWp en ten hoogste 6 MWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, waarbij de zonnepanelen niet op of aan een gebouw zijn aangebracht maar op land staan, die natuurinclusief worden gerealiseerd, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 1 MWp en ten hoogste 6 MWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, waarbij de zonnepanelen op water drijven, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 1 MWp en ten hoogste 6 MWp;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 1 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2026, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:
≥ 8,0 m/s;
≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
< 6,75 m/s;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van meer dan 1 MW en ten hoogste 6 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2026, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:
≥ 8,0 m/s;
≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
< 6,75 m/s;
**2.** Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g en h, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen.
Artikel 3
(aanwijzing categorieën productie-installaties)
Onderdeel van Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2026· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2026