Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 8

Stappenplan

Onderdeel van Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 12 augustus 2026

1. In het kader van dit beleid hanteert DNB het stappenplan als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, voor het vaststellen van de boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid. 2. Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen die op grond van artikel 7 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 in samenhang met artikel 8 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector zijn ingedeeld in boetecategorie 1 gelden alleen de stappen 1, 4, 5 en 6 van onderstaand stappenplan. 3. Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 43 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in samenhang met artikel 2, eerste lid, onder b, van het Mandaatbesluit samenwerking DNB-CBS 2016 gelden alleen de stappen 1, 4, 5 en 6 van onderstaand stappenplan. 4. Op basis van het stappenplan worden de volgende stappen doorlopen: • basisbedrag (stap 1) • ernst en/of duur (stap 2) • mate van verwijtbaarheid (stap 3) • recidive (stap 4) • adequaat getroffen maatregelen (stap 5) • draagkracht (stap 6) 5. Bij toepassing van dit stappenplan neemt DNB de bij wet vastgestelde boetemaxima in acht. Stap 1: basisbedrag DNB stelt een bestuurlijke boete vast op het toepasselijke basisbedrag. Het toepasselijke basisbedrag wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen is op grond van artikel 7 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 in samenhang met artikel 8 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector € 10.000,–. Voor overtredingen van statistische rapportageverplichtingen op grond van artikel 33, derde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek hanteert DNB als uitgangspunt een bedrag van € 5.000,–. Het toepasselijke basisbedrag wegens overtredingen van statistische rapportageverplichtingen is op grond van artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998 € 5.000,–. Stap 2: ernst en/of duur In het basisbedrag ligt een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten. Indien een rapporteur een statistische rapportage niet tijdig indient, verhoogt DNB het basisbedrag met het percentage als opgenomen in onderstaande tabel. Overschrijding indieningstermijn (in aantal werkdagen) Percentage verhoging basisbedrag 1 0% 2 – 5 5% 6 – 10 10% > 10 20% Stap 3: mate van verwijtbaarheid In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de rapporteur besloten. Stap 4: recidive Indien sprake is van recidive, verdubbelt DNB het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag. Stap 5: adequaat getroffen maatregelen DNB kan het op basis van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag in beginsel met 10% verlagen, indien de rapporteur aantoont dat adequate maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van herhaling van de overtreding. Stap 6: draagkracht DNB houdt zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de rapporteur verkeert. Het is aan de rapporteur om inzicht te geven in zijn draagkracht, aan de hand van een door DNB bij het boetevoornemen gevoegd draagkrachtformulier. Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag de draagkracht van de rapporteur overstijgt, gaat DNB in beginsel tot matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan DNB rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn te verwachten positieve financiële resultaten van de rapporteur. Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat DNB de bestuurlijke boete niet verder matigt dan tot een bedrag dat de rapporteur redelijkerwijs geacht moet worden te kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling van maximaal twee jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel