Onverminderd de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen indien:
er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend;
er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij door dezelfde lidstaat toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
het aantal bij rangschikking toegekende punten in totaal minder is dan 70;
het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de criteria genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdelen a tot en met d, minder is dan 10;
het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de subonderdelen genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel e, minder is dan 5;
de subsidiabele kosten minder dan € 500.000,– per O&D-project bedragen; of
al subsidie is verstrekt voor hetzelfde project op grond van de Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan.
Artikel 15
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan 2026· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 februari 2026