Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een archeologisch monument;
indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op normaal onderhoud;
indien de aanvrager niet beschikt over de omgevingsvergunning voor in ieder geval de eerste fase van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd;
voor zover de restauratiekosten betrekking hebben op restauratiewerkzaamheden die reeds zijn aangevangen of voltooid vóór de subsidieverlening, uitgezonderd de restauratiekosten, bedoeld in artikel 3, derde lid;
voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten;
voor zover de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van de minister niet sober en doelmatig zijn;
voor zover voor de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds een rijkssubsidie of een lening als bedoeld in artikel 7.8 van de Erfgoedwet is verstrekt;
voor zover bij schade de restauratiekosten op grond van een verzekering worden gedekt;
voor zover de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 op verschuldigde omzetbelasting in aftrek kunnen worden gebracht of op verzoek kunnen worden terugbetaald, of op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds kunnen worden teruggevorderd;
voor zover voor hetzelfde rijksmonument of zelfstandig onderdeel in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag op grond van deze regeling reeds subsidie is verleend;
indien de aanvraag wordt ingediend buiten de periode bedoeld in artikel 5, tweede lid;
indien van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b of c, minder dan € 2,5 miljoen als subsidiabel wordt aangemerkt, tenzij het samenstel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, waarvoor een aanvraag wordt ingediend, uitsluitend bestaat uit monumenten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;
indien van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a of artikel 3, eerste lid, onderdeel c, indien het samenstel uitsluitend bestaat uit monumenten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, minder dan € 1 miljoen als subsidiabel wordt aangemerkt;
voor zover het totaal aan ontvangen subsidies en bijdragen van derden in combinatie met de subsidie die op grond van artikel 3 kan worden verstrekt, meer dan 100% van de subsidiabele restauratiekosten bedraagt;
indien ten aanzien van de aanvrager of één of meer mede-eigenaren een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV; of
indien de aanvrager of één of meer mede-eigenaren een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de AGVV.
Artikel 7
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 2026