Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.6

Artikel 3.11

Artikel 3.11

Onderdeel van Tarievencode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

1. De tariefdragers voor het TAVT, die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan verbruikers in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen g en h, zijn voor afname: voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A: kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen voor afname, ter dekking van 16% van de kosten; kWh voor laaguren en een kWh voor normaaluren, ter dekking van 84% van de kosten. voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A: rekencapaciteit (kW) gebaseerd op de doorlaatwaarde van de aansluiting, ter dekking van 100% van de kosten. 2. Met betrekking tot de tariefdrager, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt dat: verbruikers met een dubbeltarief een op die tariefdrager gebaseerd gedifferentieerd tarief betalen al naar gelang sprake is van verbruik gedurende laaguren of verbruik gedurende normaaluren. De relatieve verhouding tussen de tarieven voor normaal uren en laaguren is door de systeembeheerder te bepalen; verbruikers met een enkeltarief een op die tariefdrager gebaseerd tarief betalen waarbij de systeembeheerder de verhouding van het enkeltarief ten opzichte van het normaaltarief kan bepalen. 3. Het TAVT voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A wordt berekend door de totale toegerekende transportafhankelijke kosten te delen door de som van het aantal aansluitingen per categorie vermenigvuldigd met de rekencapaciteit van deze categorie overeenkomstig de tabel in bijlage 6. De rekencapaciteit wordt gebruikt om de capaciteitsafhankelijke tarieven voor de onderscheiden categorieën te bepalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel